Tijdens de training

De 10 tips

10 tips

  1. Ga positief om met talen

    Een goed ontwikkelde moedertaal is belangrijk om een nieuwe taal te leren. Hoor je gesprekjes tussen kinderen in andere talen? Reageer positief, straf kinderen niet omdat ze een bepaalde taal spreken. Je creëert een veilig klimaat als kinderen voelen dat hun moedertaal niet verboden (negatief) is. Probeer gesprekjes spontaan om te buigen naar het Nederlands door mee te praten en in interactie te gaan in het Nederlands.

  2. Structureer

    Alle kinderen houden van structuur en duidelijkheid. Kies een goede opbouw en zorg dat je training altijd volgens dezelfde structuur verloopt. Zeg tegen de kinderen wat er zal komen en wat je doet. Hou je hier ook aan, doe wat je zegt. Voor kinderen die het wat moeilijker hebben is structuur een belangrijke houvast.

  3. Gebruik klare taal

    Spreek langzaam, duidelijk en articuleer goed, dat is belangrijk voor alle kinderen. Gebruik eenvoudige woorden, vermijd dialectwoorden. Als een kind je niet begrijpt, leg het dan nog eens uit met andere woorden in het Nederlands. Zoek synoniemen of gebruik transparante woorden (woorden die herleidbaar zijn uit een andere taal). Voorbeelden van transparante woorden:

    • telefoneren (bellen)
    • de tenues (truitjes)
    • de arbiter (scheidsrechter)
    • de blessure (wonde)
  4. Ondersteun je uitleg visueel

    Toon tijdens je uitleg de materialen waarover je spreekt en wijs voorwerpen aan. Gebruik gebaren die je uitleg ondersteunen en doe het voor. Kinderen die de instructie niet goed begrepen hebben kunnen zo zien wat ze moeten doen.

  5. Herhaal, herhaal, herhaal

    Elk kind heeft herhaling nodig. Voor kinderen die Nederlands leren is herhaling goed om woorden en zinsconstructies te leren en te oefenen. Herhaal in volledige en correcte zinnen. Herhaling zorgt ook voor een veilige context omdat een kind herkent wat er al eens aan bod kwam.

    Wist je dat een kind een woord 7 à 8 keer moet horen om het te kunnen onthouden?

  6. Check of de kinderen je begrepen hebben

    Test of de kinderen je uitleg begrepen hebben. Stel gesloten vragen of vraag hen om te herhalen wat ze moeten doen. Geef kinderen tijd om even te zoeken naar hun woorden. Je kan ze de oefening ook laten voordoen, zo zie je meteen of ze het begrepen hebben en zien de andere kinderen nog eens wat ze moeten doen.

  7. Geef positieve feedback

    Gebruikt een kind in interactie met jou, met andere kinderen of bij het herhalen een woord in een andere taal? Benoem dan niet dat hij/zij een fout maakt. Corrigeer op een positieve manier door met de juiste woorden te antwoorden of te reageren.

    Voorbeelden:

    • Kind: ‘Hoeveel punt is gewonnen?’ – Trainer: ‘ Wie 5 punten heeft, is de winnaar.’
    • Kind: ‘Je moet lopen en de bal in de poubelle gooien?’ – Trainer: ‘Perfect. Eerst loop je en aan het einde gooi je de bal in de vuilbak.
  8. Bied zoveel mogelijk Nederlands aan

    Praat zoveel mogelijk Nederlands. Een correct en voldoende taalaanbod is belangrijk om actief een taal te leren. Ga met de kinderen in interactie. Knoop ook individuele gesprekjes aan en zoek oogcontact als je met hen praat.

    Schakel niet te snel over naar een andere taal. Als een kind je echt niet begrijpt en je toch vertaalt, eindig dan met het nog eens in het Nederlands te zeggen.

  9. Zorg voor plezier in het Nederlands

    Om een nieuwe taal te leren moet je van die taal houden. Enthousiasmeer kinderen, zorg ervoor dat ze plezier beleven in het Nederlands. Humor is hierbij belangrijk. Gebruik spelletjes en liedjes, train of speel zelf mee. Al deze dingen zorgen voor intrinsieke motivatie. Een kind zal een taal willen leren en ervan houden omdat het op een positieve manier in contact komt met de taal. De trainer speelt hierin een rol. Als een kind eerder negatieve ervaringen en emoties heeft bij een taal, bestaat de kans dat het kind blokkeert.

  10. Moedig kinderen aan

    Zeg tegen kinderen niet letterlijk dat ze Nederlands moeten spreken. Hen verplichten heeft soms eerder een negatief effect. Je hebt als trainer een voorbeeldfunctie, kinderen kijken naar je op. Neem een positieve houding aan en moedig hen spontaan aan om Nederlands te spreken. Door niet negatief te reageren op andere talen creëer je een veilig klimaat. Zo zorg je er ook voor dat ze iets durven zeggen in het Nederlands. Enkel wie een taal durft spreken, kan de taal leren.

Hoe verwerven kinderen taal?

Blijf in contact met ons